A A A

Vermogensontwikkeling

De financiële ruimte voor onze activiteiten bepalen we aan de hand van een zogenaamde spending rule. Deze houdt rekening met de omvang van het vermogen, de hoogte van de uitgaven in het voorafgaande jaar en de te verwachten beleggingsopbrengsten. Door deze combinatie zorgt de spending rule ervoor dat het jaarlijkse budget voor activiteiten niet net zo sterk fluctueert als de omvang van het vermogen. Zonder spending rule zou dit budget sterk terugvallen als de omvang van het vermogen tijdelijk afneemt, zoals in 2008. Nu dalen en stijgen de middelen voor activiteiten meer geleidelijk. Hierbij is altijd ons uitgangspunt dat het vermogen zijn koopkracht op de lange termijn moet kunnen behouden.

Het jaar 2016 begon slecht. Medio februari stond de aandelenmarkt op een verlies van circa 16%. Per saldo was 2016 echter geen slecht beleggingsjaar, al werd het rendement op aandelen bijna volledig in het laatste kwartaal behaald. Onze beleggingsportefeuille liet een resultaat van 7,1% zien, terwijl wij een doelrendement van 4,7% nastreven. Het resultaat blijft iets achter bij de benchmark (7,9%). Het beleggingsresultaat over de afgelopen tien jaar bedraagt gemiddeld 4,5% (benchmark: 5,1%). Gemeten over de afgelopen vijf jaar is dit 8,1% (benchmark 9,2%).

De onderweging naar obligaties ten gunste van liquiditeiten is op korte termijn nadelig gebleken, aangezien in 2016 de obligatiebenchmark een hoger rendement behaalde dan liquiditeiten. Voorts heeft de overweging naar Europese aandelen ten koste van Amerikaanse aandelen een negatief resultaat gehad vergeleken met de aandelenbenchmark. Enkele tactische allocaties naar aandelen – de opgehoogde allocatie naar Europa (van 30% naar 36%) en Japan (van 8% naar 11%) – hebben circa 15% (extra) rendement opgeleverd. De best presterende vermogensklasse van 2016 is die van high yield-obligaties (18,4%), gevolgd door grondstoffen (11,8%), waarop het rendement toenam door de stijgende olie- en goudprijzen.

Delen